Bewijs van het bestaan van Sihr in de Soennah

‘Aisha(moge Allah weltevreden met haar zijn) overleverde:

“Een man genaamd Lubaid ibn al-A’sam(jood) van de Bani Zurayq deed Sihr bij de Boodschapper van Allah(vrede zij met hem), totdat Allah zijn Boodschapper(vrede zij met hem) zich voorstelde iets gedaan te hebben wat hij niet had gedaan(gemeenschap met zijn vrouwen). Op een dag, terwijl hij met mij was, riep hij Allah aan, gedurende een lange periode en zei hij toen, “O Aisha! Wist je dat Allah mij geinformeerd heeft over datgene wat ik aan Hem vroeg? Twee mannen(2 engelen) kwamen naar mij toe, eentje zat bij mijn hoofd en de andere bij mijn voeten. 1 van hen zei tegen zijn metgezel, waaraan lijdt deze man(de Profeet)? Hij is betoverd(Matbub of Mashur). De eerste vroeg weer, wie deed het? De andere zei, Lubaid ibn Al-A’sam. De eerste vroeg weer, wat heeft hij gebruikt(materiaal)? De andere zei, een kam en het haar(van de baard) dat eraan vastzat en de wortels van een mannelijke dadelboom. De eerste vroeg weer, waar is het? De andere zei, in de put van Dharwaan!

Dus Allah zijn Boodschapper(vrede zij met hem), samen met een paar van zijn metgezellen gingen daarnaartoe(de put) en kwamen terug zeggende, O ‘Aisha, het kleur van het water was net als dat van henna. En de wortels van de dadelboom leken net op de hoofden van Shayateen.
Ik vroeg, O Boodschapper van Allah(vrede zij met hem), waarom laat u het niet zien(aan de mensen)? Hij zei, omdat Allah mij reeds genezen heeft, en ik zou het kwaad(fitnah) niet bij de mensen willen verspreiden. Toen gaf hij het bevel om de put vol te storten met aarde.” (Bukhari en Muslim)

WAARSCHUWING!!!

Bovenstaande hadith is saheeh bevonden door de geleerden van hadith, maar deze hadith doet niks aan de perfectie en feilheid van de Boodschapper van Allah(vrede zij met hem), zoals door sommige innoveerders en vijanden van de Islam wordt beweerd, de geleerden van Ahlu Sunnah wa’l Djama’a zowel van vroeger als van nu, hebben duidelijk en met bewijs bewezen dat de Sihr waaraan de Profeet(vrede zij met hem) leed alleen effect had betreffende of hij wel of niet gemeenschap had met zijn vrouwen. Het deed niks ten aanzien van andere zaken zoals Openbaringen van Allah en dergelijke zoals ook bewezen is in de Seerah(Biografie) van de Profeet(vrede zij met hem).

Abu Hureira(moge Allah tevreden met hem zijn) overleverde: De Profeet(vrede zij met hem) zei:

“Vermijd de 7 vernietigende zondes(Al-Sab’at Al-Mawbiqaat), de mensen vroegen, Wat zijn ze? De Profeet(vrede zij met hem) zei:

Shirk(afgoderij), Sihr(tovenarij), het doden van een persoon zonder shar’i reden, Ribaa(rente), Het consumeren van het vermogen van wezen, Vluchten van het slagveld(tijdens Jihad), Het beschuldigen van een onschuldige kuise vrouw van Zinaa(overspel).(Al-Bukhari en Muslim)

In bovenstaande hadith zien we dus duidelijk dat de Profeet(vrede zij met hem) Sihr oftewel tovenarij als 1 van de grootste zondes aangeeft, het is een vernietigende zonde, een zonde waarvoor men een plaats in de hel krijgt.

Views: (602)
%d bloggers liken dit: